3 scenario’s om CO2-druk in de logistiek te verlagen

07 juli 2026

Logistieke bedrijven die willen elektrificeren, stoten vrijwel altijd op hetzelfde obstakel: het net zit vol. Toch is elektrisch transport en netcongestie voor zes op de tien bedrijven een oplosbare combinatie. Je hoeft niet te wachten op een zwaardere aansluiting. Dit artikel legt drie concrete stappen uit: van slimme laadsturing tot eigen opwek en samenwerking met buurpercelen.

thema-co2-reductie-logistiek-1200x906.jpg

TCO-balans slaat steeds meer door naar elektrisch

Elektrische trucks zijn duurder in aanschaf, maar in gebruik nu al goedkoper dan diesel. De komende jaren lopen de exploitatiekosten voor dieseltrucks steeds verder op. Per 1 juli 2026 stijgen de kosten per kilometer voor dieselrijders door de invoering van de vrachtwagenheffing. En vanaf 2027 wordt diesel structureel duurder: het Europese emissiehandelssysteem voor brandstoffen (EU-ETS2) verplicht brandstofleveranciers emissierechten aan te kopen, en die kosten zullen ze doorberekenen aan vervoerders. Tegelijkertijd gaan steeds meer gemeenten hun binnenstad stapsgewijs afsluiten voor vervuilend vrachtverkeer met zero-emissiezones.

Daar staat tegenover dat verschillende regelingen het aantrekkelijk maken om nu te investeren in elektrische voertuigen en laadinfrastructuur. De opbrengsten van de vrachtwagenheffing vloeien bijvoorbeeld terug naar de sector via subsidies voor verduurzaming. Sinds 1 januari 2026 verdienen bedrijven met laadpalen ook rechtstreeks geld met elektrisch rijden: via ERE-certificaten (ERE staat voor emissie reductie eenheden) ontvangen zij een vergoeding voor elke geladen kWh. Deze wordt betaald door oliemaatschappijen die fossiele brandstof op de markt brengen. De marktprijs ligt dit jaar rond de 10 cent per kWh.

Door al deze factoren verschuift de total cost of ownership (TCO) steeds verder in het voordeel van elektrisch. Wie nu de keuze maakt, profiteert van het momentum en de regelingen die er zijn. Wie wacht, betaalt straks meer, in kosten én concurrentiepositie. De vraag is niet meer óf je elektrisch transport en netcongestie aan elkaar koppelt, maar hoe je dat verstandig aanpakt. Toch zijn er meerdere opties om meer vermogen achter de meter te creëren, elk met een andere balans tussen investering, snelheid en impact.

1. Haal meer uit de bestaande aansluiting

De meest toegankelijke stap vraagt geen grote investering. Door het laden te spreiden over de nacht of rustigere momenten, voorkom je dat de aansluitingslimiet wordt overschreden en voertuigen ongeladen blijven. Slimme laadsturing regelt dat automatisch: het beschikbare vermogen wordt verdeeld op basis van capaciteit en laadprioriteit.

Combineer je dat met een energieleverancier die aantoonbaar duurzame stroom levert, dan rijd je al deels op hernieuwbare energie, zonder aanpassingen aan de infrastructuur.

2. Eigen opwek en opslag op het depot

Toch loop je bij elektrificatie snel tegen de grenzen van de huidige aansluiting op. Veel ondernemers kiezen er daarom voor om zelf energie op te wekken achter de meter. Voor logistieke depots met grote daken of ruime buitenterreinen liggen zonnepanelen voor de hand. Bij grotere locaties kan een windturbine ook een reële optie zijn.

De uitdaging zit in de timing. Overdag piekt de opwek, maar zijn de meeste trucks onderweg. ’s Nachts staan de voertuigen op het depot en is de laadvraag het grootst. Een batterij overbrugt dat verschil: het surplus van overdag wordt opgeslagen en ’s nachts alsnog benut voor de laadpalen. Zo rijden de trucks op uitgestelde zonne-energie. Eigen opwek vermindert de afhankelijkheid van het net en drukt de energiekosten structureel.

Dat dit in de praktijk werkt, laat transportbedrijf St van den Brink in Ermelo zien. Het depot beschikte over een aansluitcapaciteit van 507 kW, terwijl de laadinfrastructuur voor vijftig tot honderd elektrische trucks ruim 1.700 kW vereist. Door dertien bestaande aansluitingen samen te voegen tot één nieuwe aansluiting, zonnepanelen toe te voegen en een batterijopslag te combineren met een intelligent energiemanagementsysteem, is de netcongestie structureel opgelost. Het depot koerst nu op zelfvoorzienendheid.

3. Piekshaving: maximaal eigen opwek, minimale netbelasting

Wie eigen opwek en opslag combineert, kan ook de pieken in de netbelasting afvlakken, een techniek die bekendstaat als piekshaving. Dat is relevant, want wie het gecontracteerde transportvermogen overschrijdt, riskeert directe financiële consequenties.

Die pieken ontstaan door gelijktijdigheid. Als meerdere trucks tegelijk opladen, stijgt de gezamenlijke vermogensvraag snel. Een slim energiemanagementsysteem lost dit op. De batterij fungeert als buffer en springt bij zodra een piek dreigt, zodat het nettransport stabiel blijft binnen de contractgrens en de eigen opwek optimaal wordt benut.

Eigen opwek biedt ook kansen vóór de meter

De drie oplossingsrichtingen versterken elkaar. In de praktijk zetten transportondernemers ze dan ook gelijktijdig in om het maximale uit hun bestaande aansluiting te halen.

Eigen opwek biedt ook kansen buiten het eigen depot, vóór de meter. Samenwerking met nabijgelegen bedrijven via een groepstransportovereenkomst (GTO) maakt het mogelijk om gezamenlijk een contract af te sluiten met de netbeheerder. Omdat ieder bedrijf op een ander moment zijn energiepieken heeft, volstaat een lager gezamenlijk gecontracteerd vermogen. Zo dalen de transportkosten voor alle deelnemers. Wie zelf stroom opwekt en dat binnen de groep deelt, verlaagt de piekbelasting op het net verder en maakt de businesscase voor de hele groep sterker. Bedrijven kunnen bovendien samen investeren in laadinfrastructuur, batterijen of zonnepanelen om nog zelfvoorzienender te worden. Dat maakt groei mogelijk op locaties waar het net eigenlijk al vol zit.

GTO’s, ook wel energiehubs genoemd, zitten momenteel nog in de pilotfase, maar worden vanaf 2027 breder uitgerold. Wie nu al verkent of in samenwerking met omliggende bedrijven onderzoekt wat haalbaar is, heeft straks een voorsprong.

De eerste stap: weten wat je verbruikt en waar kansen liggen

Veel bedrijven hebben onvoldoende inzicht in hun energieverbruik. Ze weten wat er door de hoofdmeter ingaat, maar niet waar de energie vervolgens naartoe stroomt. Een uitgebreide depotanalyse geeft dat inzicht: wat is de huidige situatie, welke capaciteit is beschikbaar, en wat is er nodig voor de gewenste schaal?

Op basis van die data maak je een realistisch plan voor de benodigde investeringen en de volgorde waarin stappen het meeste opleveren, inclusief de subsidiemogelijkheden.

Voor ondernemers die samenwerking met omliggende bedrijven willen verkennen, is een geaggregeerd energieprofiel de eerste stap naar een gezamenlijke aansluiting die voor alle deelnemers loont. Wie nu begrijpt hoe zijn depot in het net staat, bepaalt straks zelf hoe snel hij kan groeien.