Vol stroomnet? Niet altijd. Waarom schijnschaarste bedrijven en verduurzaming onnodig afremt.

21 april 2026

Opinie door Wieger Droogh, CEO Equans

De waarschuwingen stapelen zich op. Europa moet zich schrap zetten voor een dreigend energietekort, mogelijk al op korte termijn, mede door de oorlog in het Midden-Oosten. Ondanks dat we begin deze maand de gasvoorraden weer aanvullen, blijft ons land kwetsbaar voor prijspieken en leveringsrisico’s.
Hoewel in het publieke debat vaak wordt gewezen naar de gasprijs, ligt een belangrijk deel van het probleem inmiddels dichter bij huis. Het elektriciteitsnet zit vol en dat begint een rem te vormen op zowel verduurzaming als economische groei.

Wieger Droogh Lowres 4

Exemplarisch is regio Utrecht die per 1 juli een aansluitstop krijgt, waardoor inwoners en bedrijven niet meer op het net kunnen worden aangesloten. Toch gedragen we ons alsof de oplossing vooral aan de aanbodzijde ligt. De reflex is voorspelbaar: meer infrastructuur, meer import en meer capaciteit. Daarmee wordt echter niet de kern van het probleem aangepakt. Sterker nog, in veel gevallen verergeren we de situatie door de manier waarop we vandaag met energie omgaan.

Het Nederlandse stroomnet zit namelijk niet alleen fysiek vol, maar in belangrijke mate ook administratief op slot. Bedrijven claimen, als zij een stroomaansluiting aanvragen, op grote schaal structureel meer vermogen dan zij daadwerkelijk gebruiken. Het gevolg is dat capaciteit op papier bezet is, terwijl die in de praktijk niet wordt benut. Zo ontstaat schijnschaarste in een systeem dat al onder druk staat.
 
In een tijd waarin energiezekerheid steeds nadrukkelijker samenhangt met economische stabiliteit en nationale veiligheid, zoals ook internationaal wordt onderkend, kunnen we ons die inefficiëntie niet langer permitteren. Het vraagt om een andere benadering, waarin niet alleen naar uitbreiding van het aanbod wordt gekeken, maar juist naar de manier waarop de vraag wordt georganiseerd.
 
De sleutel ligt aan de vraagzijde. Organisaties die een zwaardere aansluiting aanvragen zonder inzicht in hun daadwerkelijke verbruik dragen onbedoeld bij aan het probleem. Het is namelijk niet verplicht om een werkelijk verbruiksprofiel door te geven bij een aanvraag en dat zou het wel moeten zijn. Het is daarom essentieel dat bedrijven eerst helder krijgen wat hun werkelijke piekbelasting is en hoe hun energiegebruik zich ontwikkelt. En ook waar flexibiliteit kan worden ingezet, bijvoorbeeld door activiteiten te selecteren die stroom gebruiken op een minder druk tijdstip op het net. Burgers worden opgeroepen de was niet te doen tijdens de piekbelasting (tussen 16:00 en 21:00 uur), bedrijven kunnen hun laadpalen afschalen tijdens de piekbelasting. Door buffercapaciteit te creëren, kan het elektrische wagenpark op een ander moment worden opgeladen. Pas wanneer inzicht aanwezig is, kan een afgewogen beslissing worden genomen over eventuele uitbreiding.
 
Dat is geen beperking, maar juist een kans. In de praktijk blijkt dat veel organisaties binnen hun bestaande aansluiting kunnen blijven groeien, waardoor een extra aanvraag (grote aansluiting) niet nodig is. Dan moeten ze echter wel actief sturen op hun energiegebruik. Door pieken af te vlakken, verbruik te spreiden en energiestromen slimmer te managen, ontstaat ruimte zonder dat direct kostbare en langdurige verzwaringstrajecten nodig zijn. 

Bij logistiek dienstverlener St vd Brink in Ermelo zijn dertien afzonderlijke netaansluitingen vervangen door één nieuwe grootverbruikaansluiting. Slimme software zorgt ervoor dat dezelfde hoeveelheid beschikbare energie veel effectiever en efficiënter wordt gebruikt. Door energie slim te verdelen, op te slaan en te sturen, ontstaat met dezelfde aansluiting tóch meer ruimte.

Een andere aanpak is nodig, waarin meer lokale regie centraal staat. Er zijn regionale energiehubs nodig, waarin lokale opwekking, opslag en slimme distributie samenkomen dichtbij de plek waar verbruik plaatsvindt. 

Doen we dit niet en laten we elektriciteit grote afstanden afleggen, dan kan dat een transportverlies van wel 10 procent opleveren. De elektriciteit moet immers van het laag- en middenspanningnet (opwekking) naar het hoogspanningsnet en daarna weer via het middenspanningsnet naar het laagspanningsnet (verbruik). 
Door energie regionaal te produceren en te benutten, worden transportverliezen beperkt en neemt de druk op het elektriciteitsnet af. In combinatie met batterijen en energiemanagement ontstaat een systeem dat niet alleen efficiënter is, maar ook flexibeler en beter bestand is tegen schommelingen in elektriciteitsaanbod en prijzen.
 
Deze energiehubs zijn nu in ontwikkeling, zoals Smart Grid Flevoland, een lokaal energiesysteem dat de vraag en aanbod van energie in evenwicht brengt. Zon- en windenergie uit meerdere parken wordt gebundeld en opgeslagen in grote batterijen. De opgewekte energie wordt geleverd aan TenneT zodra er ruimte op het net is. Daardoor blijft groene energie behouden die anders verloren zou gaan. Op momenten dat er juist te veel stroom op het net staat, wordt die energie opgeslagen in de batterijen van Smart Grid Flevoland. Zo wordt het net ontlast en ontstaat er ruimte om meer bedrijven en huishoudens van elektriciteit te voorzien.
 
Het aansluitoffensief en de inzet op flexibiliteit zijn belangrijke stappen, maar zonder discipline aan de voorkant blijven het pleisters op een structureel probleem. De volgorde moet helder zijn: eerst optimaliseren, dan uitbreiden.
 
De oproep aan bedrijven is dan ook helder. Wacht niet op het net en wacht niet op beleid, maar begin bij het eigen energiegebruik. Organisaties die inzicht hebben in hun verbruik en daar actief op sturen, creëren ruimte - niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen - en dragen daarmee direct bij aan een stabieler energiesysteem. Het dreigende energietekort vraagt daarom niet alleen om investeringen. Het vraagt om regie.

Meer weten?

Wil je meer informatie over dit onderwerp? Neem contact op met onze expert. 

Ook interessant